Vladimir Shcherbachev
[1889-1952]

Vladimir Shcherbachev - Nonett op.10

« terug naar biografie
Jaar
1919
Tijdsduur
30'
Instr.
Voc.(Sopr.) Fl. Hrp. Pno. Str.5
Uitgave
UE Archiv Nr.9380
Deze compositie is uitgevoerd door de Ebony Band
Audiofragment

Het Nonet op.10, een gelauwerd stuk in de Russische muziekwereld, werd voor het eerst opgevoerd door het 'Petrograd Popular Traveling Theater' op 17 mei 1919.
Over deze opvoering (uitvoering?) is weinig bekend. Mogelijkerwijs was er een danser of acteur bij betrokken, maar in de partituur staat niets over een mime-speler en dus ook geen aanwijzing over een eventuele choreografie.
De vocale partij (het 'negende' instrument) is zonder woorden en de keuze van klanken wordt dus aan de zanger over gelaten.
Sinds er geen aanwijzingen in de partituur staan, zijn wij dus aangewezen op beschrijvingen van tijdgenoten over de visualisatie van het stuk.
N.M.Strel'nikov beschrijft hoe het stuk in totale duisternis begon en eindigde bij de klanken van nauwelijks hoorbare strijkers flageoletten. De intensiteit van het lichtspel scheen voor een deel parallel te lopen met de muzikale ontwikkeling van kernideeën.
Er werden gaas-achtige gordijnen gebruikt, aan begin en eind, grijs-groen uitgelicht.
Over de 'plastische' uitbeelding is weinig informatie overgeleverd, maar bronnen maken gewag van een solo-danser en van bewegingen die niet constant waren, noch energiek, maar eerder statisch, met trage veranderingen tussen de verschillende 'standjes' door.
De combinatie van licht, beweging, stem en instrumentale muziek, was zonder twijfel een 'product' van de tijd en een logisch vervolg op Skriabineske denkbeelden.
Uiteindelijk publiceerde Shcherbachev de partituur pas in 1930, de titel Nonet behoudend, maar zonder theatrale toevoegingen.
Het werk is dus multi-interpretabel. Strel'nikov beklaagde zich erover, dat het samenspel van licht, beweging en muziek niet altijd bevredigend functioneerde.

Het Nonet vertegenwoordigt een van Shcherbachev's sterkste en meest karakteristiekste werken met een constante lineaire ontwikkeling, de vorm als een organisch proces, het vermijden van herhalingen en symmetrische structuren, en een vrije polyfonie.


from:


Larry Sitsky : Music of the Repressed Russian Avant-Garde, 1900-1929
                     Greenwood Press, 1994